Blok Learning Français

Taaltest artikel 11 bis: wat het examen vraagt, en hoe u zich voorbereidt

De taaltest artikel 11 bis is een mondeling examen van twintig minuten over de administratieve en juridische woordenschat. Hieronder: wie de test aflegt, wat de jury vraagt, hoe de punten worden geteld, en hoe u oefent. Wat u hier niet vindt: de officiële woordenlijst — die publiceert de organisator, wij nemen ze niet over.

In het kort

  • Formaat: één mondeling gesprek van hoogstens 20 minuten; 40 items uit de officiële lijst, uit het hoofd te vertalen, in de volgorde van het blad.
  • Richting: van de taal van uw diploma naar de andere landstaal — met een Nederlandstalig diploma antwoordt u in het Frans.
  • Punten: 1 punt per item; een half als het woord juist is maar lidwoord, geslacht of een ander detail ontbreekt of fout is; anders nul.
  • Minimum: 70 %, dus 28 op 40.
  • Wie: mandaathouders en leidinggevende ambtenaren van de centrale FOD’s en POD’s in Brussel — en, volgens de officiële pagina, de teamverantwoordelijken die medewerkers van de andere taalrol evalueren — te behalen vóór de evaluatietest van artikel 10 bis.
  • Federale premie: geen voor deze test; de inzet is de functie zelf.
  • Na een mislukking: meteen opnieuw inschrijven; minstens drie sessies per jaar.
Blok openen en oefenen

Meer over Blok Learning

Gratis, en zonder garantie.

Blok Learning is gratis toegankelijk als proefversie en nog in opbouw. De sessies, scores en meters zijn leermiddelen — ze bieden geen garantie op slagen en geen garanties over de inhoud van een toekomstig examen.

Over welk examen gaat het?

Om de functionele kennis van de tweede landstaal te bewijzen voor functies die de eenheid van rechtspraak verzekeren: één mondelinge module, over de 800 items van een openbare woordenlijst. De organisator schrijft “artikel 11 bis”, met een spatie; u leest ook “11bis” — het is dezelfde test. Die kennis dient bijvoorbeeld om collega’s in de andere taal uitleg of instructies te geven.

Artikel 11bis is de taaltest voor wie in de federale overheidsdiensten een functie uitoefent die de eenheid van rechtspraak moet verzekeren: de wet verwacht daarvoor dat u in de tweede landstaal de administratieve en juridische taal beheerst. U wordt ondervraagd door een examenjury van de FOD BOSA — de dienst die veel kandidaten nog altijd Selor noemen, en die vandaag via werkenvoor.be werkt.

Wie de test aflegt

De wet somt de functies op: de voorzitter van het directiecomité, de voorzitter, houders van een managementfunctie -1 van een beheersdienst of van de dienst Personeel en Organisatie, en het diensthoofd van de juridische dienst voor zover die evaluator is. Wie er precies onder valt, wordt dienst per dienst door de regering aangeduid, niet door de organisator. In de praktijk: mandaathouders én ambtenaren van de centrale diensten in Brussel, onder wie evaluatoren van collega's uit de andere taalrol.

Wat eraan vasthangt

  • Wie tot de eenheid van rechtspraak gehouden is, moet voor 11bis slagen vóór de test van artikel 10bis (evaluatie).
  • Aan 11bis hangt geen federale taalpremie vast: de inzet is de functie zelf.
  • Er bestaan vrijstellingen: een certificaat artikel 7 (niveau 1/A of 2+/B), 12, 13, 14 met alle modules op minstens 60 %, of 9 §2 voldoende kennis. Omgekeerd geeft 11bis zelf geen vrijstelling.

Het formaat: één mondelinge module van twintig minuten

U krijgt een blad met 40 items in uw taal en zegt de vertaling hardop, in volgorde, binnen 20 minuten, zonder iets te noteren.

Er is één module, volledig mondeling. U wordt getest in de taal die niet die van uw diploma is: met een Nederlandstalig diploma legt u de test in het Frans af, en het hele gesprek verloopt in die taal. Voorbereidingstijd is er niet.

  • Veertig items, vooraf gekozen door de organisator. U kunt alleen worden ondervraagd over woordenschat uit de officiële lijst.
  • Bij het begin krijgt u een papieren document: die veertig items in de taal van uw diploma, elk met zijn context. De kolom in de te testen taal staat er niet op.
  • U leest het item en zegt de vertaling hardop, uit het hoofd, met lidwoord of geslacht erbij.
  • De volgorde ligt vast. Overslaan mag, als u het hardop aankondigt; erop terugkomen ook, als u eerst de referentie noemt. Een overgeslagen vraag zonder terugkeer telt als nul.
  • Niets noteren: op het blad schrijven is verboden, kladpapier is er niet, en de jury neemt het document terug.

Twintig minuten voor veertig items is gemiddeld dertig seconden per item, aarzelingen inbegrepen. Dat is geen regel, het volgt uit de klok — maar het is wel wat de test vraagt: antwoorden zonder te zoeken.

De punten: 1, een half, of nul

Drie waarden per item — 1, een half of nul — en een minimum van 28 op 40.

  • 1 punt — het voorziene woord of de voorziene uitdrukking, volledig, met lidwoord of geslacht, en verstaanbaar uitgesproken.
  • Een half punt — het juiste woord, maar lidwoord of geslacht ontbreekt of is fout, ook wie het uit voorzichtigheid weglaat.
  • Nul — het lidwoord of geslacht alleen; een woord dat niet in de lijst staat, al is het een correct synoniem; een onverstaanbaar antwoord; een overgeslagen vraag zonder terugkeer.

Staan er meerdere vormen naast elkaar, dan volstaat er één — maar volledig, met het lidwoord dat bij díe vorm hoort. De context op uw blad wordt niet beoordeeld: hij zegt alleen welke betekenis wordt gevraagd.

Het minimum: 28 op 40

U hebt zeven tienden van de punten nodig: 28 op 40, of 70 %. Er wordt niet afgerond: 27,5 op 40 is 68,75 % en volstaat niet. Dat laat twaalf punten marge: twaalf nullen, vierentwintig halve punten, of elke combinatie. Zes juiste woorden zonder geslacht kosten evenveel als drie woorden die u niet kende.

Waar u volgens de regels punten kunt verliezen

Vermoedelijk op het Franse geslacht dat u niet ziet, op trefwoorden die twee keer voorkomen, en op lange uitdrukkingen en de uitspraak — afgeleid uit de regels, niet uit getuigenissen.

Getuigenissen van kandidaten vonden wij niet. Wat volgt, leiden wij af uit de examenregels en uit onze eigen telling: aandachtspunten, geen statistiek.

Het Franse geslacht, hardop

De lijst telt achthonderd items. Aan Franse kant dragen er 524 een lidwoord, en bij 157 daarvan staat het geslacht uitgeschreven — meestal omdat het lidwoord samentrekt en het woord zelf dus niets verraadt. Daar volstaat het woord kennen niet: u moet het geslacht ook uitspreken. Wie het inslikt, verliest per item een half punt.

Trefwoorden die twee keer voorkomen

Drie Nederlandse trefwoorden staan twee keer in de lijst, telkens met een andere Franse vertaling. Alleen de context naast het item zegt welke betekenis de jury verwacht. Een leesval onder tijdsdruk: u herkent het woord en antwoordt de andere betekenis.

Lange uitdrukkingen, en de uitspraak

Sommige items zijn hele woordgroepen, tot een twintigtal woorden lang; half opzeggen is niet half juist, het is niet het voorziene antwoord. En de uitspraak telt maar in één richting: een juist woord dat onverstaanbaar klinkt levert nul op, een perfecte uitspraak redt geen fout woord.

Praktisch: inschrijven, herkansen, geldigheid

Minstens drie sessies per jaar, meteen opnieuw inschrijven na een mislukking, een certificaat dat levenslang geldt.

  • Sessies. Er worden minstens drie examens per jaar georganiseerd, met vooraf bekendgemaakte data.
  • Inschrijven. Via uw online account: type test, taal van uw diploma, te testen taal, datum. Zonder datum is uw inschrijving niet rond.
  • Niet geslaagd? U mag zich meteen opnieuw inschrijven, zonder ontwikkelingstermijn — anders dan bij 10bis, waar u een maand wacht.
  • Annuleren moet minstens één kalenderdag vooraf. Wegblijven kost drie maanden uitsluiting van álle federale taaltesten, tenzij u binnen zeven kalenderdagen een geldige reden aantoont.
  • Het resultaat komt per e-mail en in uw account; wie slaagt, krijgt een elektronisch ondertekend certificaat, levenslang geldig.

Eén ding is niet publiek: hoe de veertig items uit de achthonderd worden gekozen. In ons proefexamen is elk item even waarschijnlijk — onze werkhypothese, geen regel van het examen.

Veelgestelde vragen

Hoeveel woorden, en hoeveel tijd?

Veertig items uit de officiële lijst, mondeling, in hoogstens twintig minuten, in de volgorde van het blad.

Welk minimum geldt?

70 %, dus 28 punten op 40. Met 27,5 bent u niet geslaagd.

Hoe verliest u een half punt?

Door het juiste woord te geven zonder lidwoord of geslacht, of met een fout lidwoord. Het woord alleen is de helft waard; het lidwoord alleen niets.

Geeft artikel 11 bis recht op een taalpremie?

Nee. Er hangt geen federale premie aan vast: de inzet is de functie kunnen uitoefenen, of het mandaat behouden.

Moet ik eerst 11 bis en daarna 10 bis afleggen?

Ja. Wie tot de eenheid van rechtspraak gehouden is, slaagt eerst voor 11 bis en legt daarna de evaluatietest van artikel 10 bis af. Welke van de twee u aangaat, en in welke volgorde.

Mag ik meteen herkansen?

Ja, u mag zich na een mislukking zonder wachttijd opnieuw inschrijven. Kunt u niet komen, annuleer dan minstens één kalenderdag vooraf: anders riskeert u drie maanden uitsluiting van de federale taaltesten, tenzij u uw afwezigheid binnen zeven kalenderdagen verantwoordt met een aanvaarde reden.

In welke richting vertaalt u?

Van de taal van uw diploma naar de andere landstaal; het hele gesprek verloopt in de geteste taal.

Wie is vrijgesteld?

Wie een certificaat artikel 7 (niveau 1/A of 2+/B), 12, 13, 9 §2 voldoende kennis, of 14 eerste lid met alle modules op minstens 60 % bezit. Artikel 11 bis zelf stelt van niets vrij.

Hoe u zich met Blok voorbereidt

Blok Learning helpt u die woordenschat te leren en te onthouden tot de examendag.

Een plan tot de examendag

U stelt uw examendatum in. Blok berekent dag na dag hoeveel nieuwe termen u moet zien om de hele lijst tijdig gezien te hebben, en verstevigt de laatste dagen wat u al kent.

Eén richting, de uwe

Het examen test u naar de taal die niet die van uw diploma is. Blok oefent, telt en meet alleen die richting.

Het Proefexamen

Hetzelfde formaat als de test: 40 items, 20 minuten, minimum 28. Tijdens het proefexamen geen correcties; na afloop wordt elke fout één voor één overlopen.

De Woordenlijst

Alles wat u oefent op één plaats. Termen die u al beheerst, markeert u als ‘Ken ik al’: die verdwijnen uit de oefeningen.

De meter en de verwachte score op de examendag zeggen wat u volgens uw antwoorden die dag nog zou kennen, met het officiële minimum als ijkpunt. Ze tonen waar u staat, ze voorspellen geen uitslag.

De voorbeeldzinnen waarmee Blok een betekenis verduidelijkt, schrijven wij zelf; de officiële lijst nemen wij niet over. Die staat gratis bij de organisator.

Wat Blok niet oefent

  • In Blok antwoordt u schriftelijk. Op het examen artikel 11bis antwoordt u mondeling voor een jury.
  • Blok kan bepaalde voorbeelden laten horen, maar beoordeelt uw uitspraak niet. Op het examen is een begrijpelijke uitspraak vereist om het volledige punt te behalen.
  • Blok controleert het grammaticale geslacht van het Franse zelfstandig naamwoord nog niet. Op het examen kan een fout of ontbrekend geslacht een half punt kosten.
  • Blok simuleert de contacten met de jury niet, evenmin als de mogelijkheid om een vraag over te slaan en er later op terug te komen, of het gebruik van het papieren document waarop u niets mag noteren.

Die vier zinnen staan ook in de app zelf. Wat Blok wél doet: de achthonderd items, in uw richting, met lidwoord of geslacht.

Blok openen en oefenen

Vandaag beschikbaar: Selor artikel 11bis en de taaltest voor de magistratuur (artikelen 5 en 6). Cette page en français